Dwergharnasmeerval (Otocinclus Affinis)


Ondanks de kleine verschijning hebben we hier wel degelijk te maken met een vis uit de familie van de Loricariidae (harnasmeervallen), waar bijvoorbeeld ook de Ancistrus deel van uitmaakt. De Otocinclus Affinis wordt niet groter dan 5 centimeter. Ze zijn te vinden in Zuidoost-Brazilië en komen onder andere in het Amazonegebied voor. Ze leven in snelstromende, zuurstofrijke wateren. Het zijn vissen die bijzonder vreedzaam zijn en daarom uitermate geschikt voor het kleine gezelschapsaquarium. Evenals de Ancistrus kent ook de Otocinclus verschillende ondersoorten. Bekend is de Flexilis, minder bekend zijn de Hoppei, Marriae en Macrospilus.

Aquarium

   
Klik voor een grote foto
Zoals vermeldt kan dit visje prima ondergebracht worden in gezelschapsaquaria. Uiteraard zijn ze ook uitermate geschikt voor Zuid-Amerikaanse biotopen. Vanwege de geringe grootte kunnen ze ook in kleinere aquaria worden gehouden. Ondanks dat het geen koppel of scholenvissen zijn houden ze wel van wat gezelschap. Ze moeten dan ook wel in groepjes van minimaal drie soortgenoten gehouden worden. Ze stellen veel beplanting op prijs. De beplanting is belangrijk om in te schuilen maar ook om ze te voorzien van de benodigde algen. Daarnaast houden ze van stroming in het (liefst helder) water, omdat ze dat in hun vindgebied gewend zijn. Ze verdragen temperaturen tussen de 21° en 28° en stellen geen bijzondere eisen aan de watersamenstelling. Het visje bewoont met name de onderste en middelste waterlagen.

< Het vooraanzicht van een dwergharnasmeerval.



Geslachtsonderscheid

   
Klik voor een grote foto
Het verschil tussen volwassen mannetjes en vrouwtjes is vrij eenvoudig te zien. De vrouwtjes zijn groter en dikker dan de mannetjes. Vooral van bovenaf is het verschil duidelijk zichtbaar.

> Op deze foto staat de Otocinclus Macrospilus.



Kweek

   
Klik voor een grote foto
De vissen zijn niet eenvoudig na te kweken. De eitjes worden meestal aan de planten ‘geplakt’, en het duurt zo’n 3 dagen voor ze uitkomen. De ouders laten de eitjes verder met rust. Andere vissen eten de eitjes uiteraard wel op, vandaar dat je ze direct over moet brengen naar een kweekbak. Je kan natuurlijk ook op de gok wagen en de eitjes gewoon laten zitten. Zolang je geen drukke bak hebt en de bak volledig beplant is zullen er wel eitjes overleven.

< Op deze foto staat de Otocinclus Affinis.



Voedsel

   
Klik voor een grote foto
De Otocinclus eet eigenlijk alles. De voorkeur gaat echter uit naar algen. Je kan echter niet van het visje verwachten dat ze het aquarium algenvrij houden, al is het maar vanwege hun geringe grootte. Toch eten ze wel bovenverwachting veel algen weg. Ze worden dan ook vaak de kruimeldieven van het aquarium genoemd. Daarnaast eet het visje klein levend voer en schijnt het ook vlokvoer op te nemen. Als er niet genoeg algen in het aquarium zijn, is het aan te raden om bij te voeren met voedertabletten.

> Op de foto staat de Otocinclus Vittatus, dit kan je zien aan de doorlopende streep in de staart.






Geschreven door Meloeno, foto's zijn van Petra.
Je kunt op ons forum reageren op dit artikel.