|
Naam:
Naaldmeerval, Farlowella |
|
Categorie:
Zoetwatervissen / Tropische vissen / Meervallen |
|
Familie: Loricariidae |
|
Areaal: Venezuela; ondiepe oevergebieden in stroompjes in het afwateringsgebied van de Rio Orinoco |
|
Werelddeel: Zuid-Amerika |
|
Scholenvis:
Nee |
|
Maximale grootte: 25 cm |
|
Minimale grootte aquarium: 100 cm |
|
Zone:
bodem |
|
Stroming: Middelmatig |
|
Temperatuur: 24 - 28 graden Celcius |
|
Zuurgraad: pH 5,8 - 7,0 |
|
Hardheid: GH 2,0 - 8,0 |
|
Dieet: Microörganismen die op div. substraten groeien. In het aquarium bijvoeren met met div. groenten, spinazietagliatelli, tabletten, granulaat, levend en diepvries. |
|
Kweek: Moeilijk; substraatlegger |
|
Er zijn verschillende Farlowellasoorten. Het meest aangeboden worden de F. acus en de F. vittata (foto). Het zijn aparte langgerekte vissen die niet misstaan in een Zuid-Amerikabiotoop. Het zijn zeer rustige vissen en ze zijn absoluut niet schuw. Ze zijn actief rond voedertijd en in de schemering, maar zitten overdag vaak in het zicht op hun vaste "hangplek" in het aquarium. De vissen kunnen door hun lange lijf niet zo goed manouvreren, daarom is het belangrijk om een open zandstrandje te hebben waar ze bijgevoerd worden en rustig kunnen eten. Er moet ook hout in het aquarium zitten waar ze van kunnen eten, ze hebben houtvezels nodig voor hujn spijsvertering. Daarnaast worden grootbladerige planten erg op prijs gesteld. Ze kunnen solitair gehouden worden of als paartje. Mannetjes en vrouwtjes zijn uitelkaar te houden door te kijken naar het rostrum oftewel hun "neus". Bij vrouwtjes is deze geheel glad, terwijl het rostrum bij mannetjes bezet is met zgn. odontes, een soort stoppeltjes. Vrouwtjes zijn vaak iets dikker dan mannetjes. |